Gevaarlijke producten

Aangifte van eenmalige primaire verpakkingen van gevaarlijke producten

Voor zijn definitieve aangifte moet de deelnemer ook een onderscheid maken tussen de primaire bedrijfsmatige verpakkingen die al dan niet gevaarlijke producten bevatten.

Producten worden als gevaarlijk beschouwd wanneer ze minstens een van de volgende kenmerken vertonen:

a) Ontplofbaar: stoffen en preparaten die bij aanraking met een vlam kunnen ontploffen of voor stoten of wrijving gevoeliger zijn dan dinitrobenzeen.

b) Oxidatief: stoffen en preparaten die bij aanraking met andere stoffen, met name ontvlambare stoffen, sterk exotherm kunnen reageren.

c) Zeer licht ontvlambaar: stoffen en preparaten die in vloeibare toestand een vlampunt beneden 0°C en een kookpunt van 35°C of lager hebben.

d) Licht ontvlambaar: stoffen en preparaten die

  • bij normale temperatuur aan de lucht blootgesteld, zonder toevoer van energie, in temperatuur kunnen stijgen en ten slotte kunnen ontbranden, of
  • in vaste toestand, door kortstondige inwerking van een ontstekingsbron, gemakkelijk kunnen worden ontstoken en na verwijdering van de ontstekingsbron blijven branden of gloeien, of
  • in vloeibare toestand een vlampunt beneden 21°C hebben, of
  • in gasvormige toestand bij normale druk met lucht ontvlambaar zijn, of
  • bij aanraking met water of vochtige lucht, licht ontvlambare gassen in een gevaarlijke hoeveelheid ontwikkelen.

e) Ontvlambaar: stoffen en preparaten die in vloeibare toestand een vlampunt hebben gelegen tussen 21°C en 55°C.

f) Zeer giftig: stoffen en preparaten die, door inademing of door opneming via de mond of de huid, buitengewoon ernstige acute of chronische gevaren en zelfs de dood kunnen veroorzaken.

g) Giftig: stoffen en preparaten die, door inademing of door opneming via de mond of de huid, buitengewoon ernstige acute of chronische gevaren en zelfs de dood kunnen veroorzaken.

h) Schadelijk: stoffen en preparaten die door inademing of door opneming via de mond of de huid gevaren van beperkte aard kunnen opleveren.

i) Corrosief: stoffen en preparaten die bij aanraking een vernietigende werking op levende weefsels kunnen uitoefenen.

j) Irriterend: niet-corrosieve stoffen en preparaten die door directe, langdurige of herhaalde aanraking met de huid of de slijmvliezen een ontsteking kunnen veroorzaken.

k) Gevaarlijk voor het milieu: stoffen en preparaten waarvan het gebruik onmiddellijk of na verloop van tijd gevaar voor het milieu oplevert of kan opleveren.

l) Kankerverwekkend: stoffen en preparaten die een kwaadaardige celvermenigvuldiging kunnen teweegbrengen of de frequentie ervan doen toenemen.

m) Giftig voor de voortplanting: stoffen en preparaten die leiden tot structurele of functionele afwijkingen of anomaliën van de prenatale ontwikkeling, die aanwezig zijn maar niet noodzakelijkerwijze aan het licht komen bij de geboorte.

n) Mutageen: stoffen en preparaten die een blijvende en overdraagbare verandering op het niveau van het genetisch materiaal kunnen veroorzaken.

o) Sensibiliserend: stoffen en preparaten die door inademing of door opname via de huid een reactie van het immuun systeem kunnen verwekken (overgevoeligheidsreactie) zodat bij latere blootstelling aan de stof of aan het preparaat, kenmerkende schadelijke effecten optreden.

Referenties:
Richtlijn 67/548/EEG van de Raad van 27 juni 1967 (PB.E.G. L 196 van 16.08.1967,) en Richtlijn 88/379/EEG van de Raad van 7 juni 1988 (PB. E.G. L 187 van 16.07.1988) inzake de indeling, de verpakking en de kenmerken van gevaarlijke stoffen en gevaarlijke preparaten.

De toepassing naar Belgisch recht is het Koninklijk besluit van 11 januari 1993 tot regeling van de indeling, de verpakking en de kenmerken van gevaarlijke preparaten met het oog op het op de markt brengen of het gebruik ervan (B.S. van 17.05.1993) gewijzigd door het Koninklijk besluit van 23 juni 1995 (B.S. van 26.10.1995).

Terug naar de hoofddefinities